Nieuwsbrief van het
Wenckebach Instituut
Jaargang 2, nummer 7
december 2006
 

OOR NO start project In VIVO

 

Medio oktober ging in Utrecht het project In VIVO officieel van start. In VIVO staat voor ‘Vaart in Innovatie in de Vervolgopleidingen’. De OOR Noord-Oost-Nederland  was alvast begonnen. Het Kernteam voor de regio is geformeerd en bestaat uit opleiders en aios van O&G en Kindergeneeskunde en twee medewerkers van het Wenckebach Instituut. Vrijdag 24 november kwam het kernteam voor het eerst voltallig bijeen. Op 19 januari 2007 organiseert het kernteam de eerste bijeenkomst voor alle opleiders O&G en Kindergeneeskunde in de OOR NO.

Eric Duiverman, Marian Mourits, Lilianne Hercules en Eric Jippes (van links naar rechts)

Al voor de zomer begonnen onderwijskundige Lilianne Hercules en bedrijfskundige Erik Jippes (Wenckebach Instituut) aan een interviewronde bij alle ziekenhuizen in de regio. Zij vroegen de kinderartsen van de ziekenhuizen in de OOR naar hun behoefte aan ondersteuning bij de implementatie van de nieuwe opleidingseisen. Op initiatief van kinderarts Eduard Verhagen werd besloten deze aanpak ook uit te voeren bij O&G en in het implementatietraject samen op te trekken. Samen met gynaecologe Marian Mourits en kinderarts Eric Duiverman maken zij deel uit van het kernteam dat in de Onderwijs- en Opleidingsregio Noord- en Oost-Nederland In VIVO gaat begeleiden. De snelle start typeert het belang dat deze OOR hecht aan de vernieuwing van de opleiding tot medisch specialist en de voorhoedepositie die de OOR NO daarin wil nemen.

Vernieuwing

Marian Mourits is opleider voor Obstetrie en Gynaecologie. Ze legt uit waar het bij In VIVO om gaat: ‘De wetenschappelijke verenigingen van O&G en Kindergeneeskunde hebben als eerste het curriculum voor de opleiding tot medisch specialist helemaal vernieuwd. Tot voor kort hanteerden we vooral het leermeester – gezel-model. We gingen er vanuit dat een assistent door mee te lopen met een specialist vanzelf de nodige kennis, vaardigheden en beroepshouding verwerft. In de nieuwe curricula hebben we dat leertraject explicieter gemaakt.’ Een belangrijk onderdeel daarvan is het invoeren van nieuwe toetstechnieken zoals de korte praktijkbeoordeling. Daarbij ligt de nadruk vooral op het leren. Mourits: ‘We willen de toetsen vooral gebruiken om vast te stellen welke kennis en vaardigheden meer aandacht moeten krijgen in de opleiding.’

De nieuwe opleiding is competentiegericht. Daarvoor maakte men gebruik van de zogenaamde CanMEDS-rollen. Dat zijn zeven competenties (zoals medisch handelen, communicatie, samenwerking, organisatie en professionaliteit) die per discipline zijn geconcretiseerd. Daardoor is het eenvoudiger om ze bewust te ontwikkelen. Maar ook om te toetsen in hoeverre men daar in geslaagd is.

Investeren

Terug naar In VIVO. De minister en de samenwerkende ziekenhuizen stellen samen ongeveer vijf miljoen euro beschikbaar voor ondersteuning bij de implementatie van de vernieuwde opleidingen en onderzoek naar de effectiviteit ervan. De opzet van het project is eigenlijk heel eenvoudig. Kindergeneeskunde en Obstetrie & Gynaecologie schreven een nieuw curriculum. In iedere OOR gaan de opleiders voor beide vakgebieden dat vernieuwde curriculum implementeren. Hun ervaringen daarmee delen ze met opleiders van de andere vakgebieden. Daartoe is er in iedere Onderwijs- en Opleidingsregio rond het betreffende UMC een kernteam geformeerd dat aan de slag gaat. Op landelijk niveau worden al deze ervaringen vervolgens gedeeld en verspreid.

In de OOR NO is een belangrijke rol weggelegd voor het Wenckebach Instituut. Mourits: ‘Dit slaagt alleen als je investeert in het professionaliseren van de docenten. Het UMCG heeft daar altijd al veel aan gedaan. Het ziekenhuis wordt daarbij goed ondersteund door het Wenckebach Instituut. We krijgen veel hulp, zowel praktisch als inhoudelijk.’

Een slimme aanpak

Onderwijskundigen Jippes en Hercules interviewden een groot aantal opleiders en AIOS in de regio. Jippes: ‘We willen het samen met alle opleiders aanpakken. Daarom bezochten we alle ziekenhuizen. Puur om te kijken: waar staat iedereen, waar is behoefte aan, hoe wil men ondersteund worden.’ Op basis daarvan is de projectorganisatie tot stand gekomen. Hercules vertelt over de aanpak: ‘We zijn van plan om twee keer per jaar een regionale bijeenkomst te organiseren waar opleiders en AIOS kunnen vertellen wat werkt en wat niet werkt.’ Hercules geeft een voorbeeld: ‘Hoe zorg je ervoor dat de Korte Praktijkbeoordeling een plaats krijgt in de dagelijkse gang van zaken op een afdeling? Misschien heeft een opleider daar een slimme aanpak voor ontwikkeld. Die ervaringen kunnen we delen.’ De eerste regionale bijeenkomst vindt plaats op 19 januari 2007. Verder wil het kernteam op locatie korte cursussen verzorgen over bijvoorbeeld het 360 graden-feedbackinstrument, de KPB of het werken met een portfolio. Mourits ziet het al helemaal voor zich: ‘Iedereen kan bijvoorbeeld aan het einde van de middag aan de cursus deelnemen. Je hoeft er niet meer voor het land in.’

Betere dokters

Dat scheelt veel tijd. Dat is belangrijk want juist tijd lijkt een bottleneck te worden. Daarom zal In VIVO ook onderzoeken wat het effect is van de nieuwe opleidingen. Jippes: ‘Iedere UMC zal een aspect van de nieuwe opleiding onderzoeken. Wat zijn de effecten op de doelmatigheid, leiden de nieuwe opleidingen tot betere zorg, hoe kun je het portfolio het best gebruiken?’ Juist die praktische insteek spreekt Duiverman aan: ‘Dit mag geen papieren tijger worden. In Canada ontwikkelden ze de CanMEDS. Een fantastisch plan maar voor de implementatie hadden ze geen geld. Papier is geduldig. Wij kennen in de Kindergeneeskunde de themakaarten. Daarop kan men scoren hoever de AIOS is met zijn opleiding. Als je ze precies wilt invullen ben je met sommige kaarten een dag bezig. Dat is voor mij een grote zorg.’

Duiverman en Mourits realiseren zich dat de modernisering van de opleiding tot medisch specialist niet op zich staat.  Duiverman: ‘We willen voorkomen dat we de beroepsopleidingen vernieuwen maar dat we vervolgens de AIOS op de oude manier drillen.’ Mourits: ‘Het proces is een natuurlijke voortzetting van wat er in de medische basisopleiding gebeurt. Daar worden studenten al op basis van competenties opgeleid. Wij zorgen voor een voortzetting daarvan. Zodat we hopelijk betere dokters opleiden. Betere communicators, betere samenwerkers, betere professionals die kunnen reflecteren op hun eigen handelen en die beter kunnen organiseren. Als we daarin slagen wordt iedereen daar beter van.’

Kernteam In VIVO OOR NO

Eric Duiverman, UMCG, plv. opleider Kindergeneeskunde en implementatiecoördinator

Marian Mourits, UMCG, opleider Obstetrie en Gynaecologie, implementatiecoördinator

Paul van den Berg, UMCG, plv. opleider O&G

Paul Brand, Isalaklinieken Zwolle, opleider Kindergeneeskunde, implementatiecoördinator

Paul van der Linden, Deventer Ziekenhuis, opleider Obstetrie en Gynaecologie

Heleen Eising, UMCG, aios O&G

Joke Schutte, UMCG, aios O&G

Annette van Veen, Deventer Ziekenhuis, aios O&G

Mieke Dousma , UMCG, aios KG

Lisette Meijer, Deventer Ziekenhuis, aios KG

Eduard Verhagen, UMCG, chef de clinique Kindergeneeskunde (procesbegeleider)

Lilianne Hercules (Wenckebach Instituut), ondersteuner KG

Erik Jippes (Wenckebach Instituut), ondersteuner O&G

Zie ook: www.medischevervolgopleidingen.nl

 

Terug naar voorpagina