| |
Over de samenwerking tussen artsen en
bijvoorbeeld verpleegkundigen of andere
disciplines is al veel bekend. We weten
eigenlijk maar weinig over de samenwerking
tussen artsen van verschillende
specialismen. Renee Stoffels filmde daarom
120 patiëntbesprekingen in
multidisciplinaire teams. Ze promoveert in
2007 op dit onderwerp, een project van het
UMCG en de faculteit Bedrijfskunde van de
RUG.

Stoffels onderzocht hoe de complexiteit van
de zorgvraag de samenwerking tussen artsen
van verschillende komaf beïnvloedt. Ze
zoomde daarvoor in op de
patiëntbesprekingen van enkele
multidisciplinaire teams. Letterlijk: ze
filmde deze teams gedurende ongeveer acht
weken tijdens in totaal 120
patiëntbesprekingen.
Het viel niet mee om drie teams te vinden
die mee wilden werken: 'Je vraagt ook niet
niks. Allereerst moet men vooraf en achteraf
per patiënt een korte vragenlijst invullen.
Maar vooral die camera is belastend. Die
camera staat acht weken lang bij iedere
patiëntbespreking aan. Je merkt overigens
wel dat het went, die camera. Maar toch,
zeker in het begin gedraagt men zich anders.
Ik beloofde de deelnemers dan ook heilig: ik
en alleen ik zie die banden en ik gebruik ze
nergens anders voor. Nooit!'
Soorten complexiteit
Om de onderzoeksvraag te beantwoorden
had Stoffels een taxonomie van zorgvragen
nodig.Om te weten hoe de complexiteit de
samenwerking beïnvloedt, moet je eerst
verschillende soorten complexiteit benoemen.
Een klein college: Stoffels onderscheidt in
haar onderzoek drie soorten complexiteit om
de zorgvragen onder te verdelen: componentencomplexiteit: op hoeveel
verschillende medische vakgebieden doet deze
zorgvraag een beroep? coördinatieve
complexiteit: in hoeverre grijpen de
behandelingen van de artsen op elkaar in? ambigue complexiteit: in hoeverre appelleert
de zorgvraag aan verschillende normen en
waarden tussen de disciplines?
Met deze driedeling kon Stoffels de
complexiteit van de zorgvragen in kaart
brengen. Ze geeft een voorbeeld: 'Als de
componentencomplexiteit hoog is, zou je
kunnen verwachten dat men elkaar meer vragen
stelt. Terwijl als de coördinatieve
complexiteit hoog is er meer machtstrijdjes
zouden kunnen ontstaan.' Dat lijkt te
kloppen. Stoffels analyseerde nog niet al
het materiaal maar de eerste, voorlopige
conclusie is dat het inderdaad mogelijk is
om op grond van de zorgvraag de manier van
samenwerken te voorspellen.
Grip
Wat schieten we hier mee op? Stoffels:
'Als je vooraf je bewust bent van deze
factoren kun je er rekening mee houden. Een
deelnemer aan ons onderzoek, vertelde
bijvoorbeeld dat bij de planning van de
patiëntbesprekingen zij onderscheid maken
tussen inkoppertjes en probleempatiënten.
Ons onderzoek biedt hen meer grip op dit
soort problemen. Iemand anders vertelde dat
alleen al het invullen van het vragenlijstje
vooraf hen bewust maakte van de mogelijke
problemen in de samenwerking.'
Eind dit jaar zal het proefschrift klaar
zijn. En dan? Stoffels: 'Ik zou graag verder
kijken naar andere teams. Er zijn natuurlijk
veel meer soorten multidisciplinair overleg.
En we zouden de resultaten van dit onderzoek
ook heel goed kunnen gebruiken in de
onderwijsprogramma's van het Wenckebach
Instituut. Daar zou ik graag over
meedenken.'
|
|