Nieuwsbrief van het
Wenckebach Instituut
Nummer 1
17 november 2005
 
Medische vervolgopleidingen op de schop
 

De modernisering van de opleiding tot medisch specialist is in volle gang. Om de wetenschappelijke verenigingen hierbij te ondersteunen stelde de stuurgroep MOBG de Begeleidingsgroep Beschrijving Opleidingsplannen Vervolgopleidingen (BBOV).

Opleidingen moeten op een aantal aspecten behoorlijk in de steigers. Het moet planmatiger, toetsbaarder en vooral meer competentiegericht. En bovendien moet de aios meer verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen opleiding, onder meer door te werken met een portfolio. Alle wetenschappelijke verenigingen zijn bezig met de modernisering van hun opleiding in opdracht van het Centraal College Medisch Specialisten (CCMS) en in lijn met de ontwikkeling die de stuurgroep Modernisering Opleidingen en Beroepsuitoefening in de Gezondheidszorg, de MOBG nastreeft.



Draagvlak
Abe Meininger, binnen het Wenckebach Instituut hoofd van het werkgebied 'Medische (vervolg)opleidingen' maakt deel uit van de BBOV waarvan Rein Zwierstra, pro-decaan Onderwijs van het UMCG voorzitter is: 'De wetenschappelijke verenigingen moeten aan het CCMS laten zien dat de opleiding voldoet aan alle nieuwe eisen. Dat zou oorspronkelijk in het voorjaar 2006 gebeuren. Dat is nu een jaar uitgesteld.' Dat uitstel is terecht, vindt Meininger, 'De kaders van het CCMS vergen veel van de wetenschappelijke verenigingen. Je kunt als beroepsvereniging best een mooi plannetje in elkaar zetten als je met wat enthousiastelingen een paar weekenden doorwerkt. Maar het gaat erom dat je draagvlak ontwikkelt met elkaar en binnen de medische staven. Die extra tijd is gewoon broodnodig als je als beroepsvereniging het met elkaar eens wilt worden over een nieuw curriculum voor de opleiding.'

Opleidingscultuur
Waar zit dan de pijn? Wat maakt die vernieuwing nu zo moeilijk? Meininger: 'De nieuwe opleiding betekent een cultuuromslag bij de medisch specialisten en bij de assistenten. In de eerste plaats zullen opleiders op basis van de nieuw geformuleerde competenties feedback gaan geven. En ook nog didactisch op de goede manier. Bovendien zullen zij meer en meer zich realiseren dat ze een rolmodel zijn. De assistenten spiegelen zich aan dat gedrag.' 

Meininger noemt als voorbeeld van de veranderingen de introductie van de Korte Klinische Beoordeling: 'Bij de modernisering is het van belang om een goed werkend feedbacksysteem te ontwikkelen. Een gestructureerde aanpak met de juiste instrumenten, de KKB bijvoorbeeld. Zo'n systeem is echter alleen nuttig als het gedragen wordt door een opleidingscultuur waarin tijd en aandacht is voor die feedback.'

Helpende rol
De komende weken bezoekt de BBOV alle wetenschappelijke verenigingen. Heeft men behoefte aan ondersteuning? Het antwoord op die vraag is vrijwel altijd hartgrondig 'ja', aldus Meininger. Hij vertelt dat er inmiddels twaalf wetenschappelijke verenigingen aangaven graag ondersteuning te krijgen, 'Zelfs Kindergeneeskunde terwijl zij al erg ver zijn.' De BBOV zal de verantwoordelijkheid niet overnemen van de verenigingen. Meininger: 'De beroepsvereniging zal zelf alles op papier moeten zetten. De BBOV kan daar wel een helpende rol bij spelen.' Dat zal vooral gebeuren in de vorm van gesprekken. Meininger: 'Vooral door mensen te laten vertellen, door kritische vragen te stellen en door commentaar te leveren op de plannen. Je ziet soms bij iemand een luikje opengaan: Verrek, bedoelen ze dat?'

 

 

Terug naar voorpagina