Nieuwsbrief voor
verpleegkundigen
en andere zorgberoepen
Jaargang 6, nummer 3
Juni 2010
 
Doceren is een vak apart!
 

‘Doceren is echt iets anders dan als bevlogen IC-verpleegkundige voor een klas toekomstige collega’s vertellen wat je weet.’ Tot die conclusie komt Jildert van Yperen, IC-verpleegkundige en kerndocent bij het Wenckebach Instituut tijdens de opleiding tot eerstegraads docent in het Hoger GezondheidsZorg Onderwijs (HGZO). Wat heeft hij geleerd en hoe past hij dat in de praktijk toe?


Effectief lesgeven en meer
Van Yperen vertelt enthousiast over de opleiding: ‘Elk jaar is opgedeeld in twee blokken met leervragen. In het eerste jaar gaan de leervragen vooral over het lesgeven. Hoe geef je effectief les; Als je een uur les geeft, wat moet dat uur dan allemaal bevatten?’ Verschillende werkvormen passeren daarbij de revue. ‘We kregen zelf steeds les in een bepaalde werkvorm, zodat je de werkvorm zelf ervaart. Het tweede jaar behandelt meer overstijgende thema’s: toetsen, evalueren, je rol als coach. Maar ook, hoe bouw je een curriculum op?’

De competenties van een docent
Voor de opleiding gaat van Yperen één dag in de week naar Amsterdam. Daar heeft hij les samen met docenten van verschillende opleidingen voor zorgprofessionals zoals fysiotherapie, mondhygiëne en HBO-V. ‘Je hebt geen vakinhoudelijke verdieping maar het is juist leuk docenten van andere opleidingen te spreken. Voor iedereen staan dezelfde competenties centraal, namelijk die van docent. Zoals innovatie en professionaliteit. Hoe sta je professioneel in het vak, hoe kun je innovaties gebruiken in je lessen, maar ook hoe zorg je dat je zelf blijft innoveren?’

Van 65 naar 10 dia’s
De opleiding heeft hem veranderd, vindt van Yperen. ‘Eerder gebruikte ik 65 dia’s in een presentatie. Het ging over wat ik wilde vertellen. Nu heb ik voor een zelfde les nog maar 10 dia’s nodig. Ik laat de studenten veel meer zelf aan het woord. Werkvormen die van Yperen tijdens de opleiding leert past hij gelijk toe: ‘Ik gaf studenten de opdracht een puzzel in elkaar te zetten van verschillende begrippen. Ze moesten de begrippen bij elkaar plakken en de samenhang tussen de begrippen aangeven. Je merkt dat de stof dan beter beklijft.’

Wat voor groep?
Van Yperen heeft ook geleerd stil te staan bij de beginsituatie van de studenten. ‘Ik vraag me nu steeds af wat er in mijn groep zit. Volwassenen of jongeren. Hebben ze veel of weinig ervaring. En wat betekent dat voor mijn lessen, hoe maak ik het interessant? Hier zijn geen handleidingen of gouden regels voor, maar door je bewust te zijn van de groep waar je voor staat, speel je er automatisch op in. Zo draag ik bij de ene groep zelf alle casussen aan, terwijl bij een andere groep de studenten vanuit hun ervaring casussen aandragen.’ Van Yperen merkt dat de studenten zijn manier van lesgeven wel waarderen. ‘Ik krijg regelmatig positieve feedback van studenten. Ze vinden het leuk dat ze geprikkeld worden om zelf na te denken.’

Tekst: Loes Smit

Foto: Jildert van Yperen

 

 

Terug naar de voorpagina