Nieuwsbrief van het
Wenckebach Instituut
Jaargang 3, nummer 1
februari 2007
 

Het Skillslab als leerplaats

 

In voorbereiding op het nieuwe Skills Center startte het Wenckebach Instituut een onderzoek naar het gebruik van het huidige Skillslab. Emiel Hofhuis werkt in het Bethesda ziekenhuis in Hoogeveen en is derdejaars student aan de opleiding tot anesthesiemedewerker. Hij vertelt over zijn ervaringen in het Skillslab tijdens de opleiding.

      

Goede verdeling theorie en praktijk

In het eerste jaar van de opleiding zijn studenten al veel te vinden in het Skillslab. De verdeling tussen theorie en oefening in het Skillslab verschilt per onderwerp.’ Hofhuis geeft een voorbeeld: ‘Vorige week stond de moeilijke luchtweg centraal. Tijdens de ochtend bespraken we de theorie en in de middag pasten we deze toe in het Skillslab. Je leert dan verschillende materialen kennen en je oefent de besproken technieken. Voor dit onderdeel is de verdeling dus fifty fifty. Maar neem je het endocrien systeem, dat is voor ons als anesthesiemedewerker met name theorie. Als dit besproken wordt, komen we vrijwel niet in het Skillslab.’

Afwisselend en nuttig

Hofhuis vindt het leuk om de praktische vaardigheden te oefenen met simulatoren: ‘Ik werk al een tijdje en ben niet meer gewend om in de schoolbanken te zitten. Het is dan prettig als er afwisseling is tussen theorie en praktijk.’ Ook onderschrijft hij het nut van oefenen met simulatoren. ‘Je past de nieuwe kennis toe op de praktijksituatie. Daardoor leer je gewoon beter. Theorie en praktijk worden geïntegreerd.’ In een traject waarbij werken en leren gecombineerd wordt is het oefenen met simulatoren extra belangrijk. Hofhuis: ‘Als ik terugkom op mijn afdeling heb ik niet alleen kennis verworven maar ook vaardigheden opgedaan. Die vaardigheden hoef ik niet meer op een patiënt te leren. Ik ben dus snel inzetbaar, zonder dat de patiënt belast wordt.’

Pas naar huis als we het onder de knie hebben

De lessen in het Skillslab zijn zo ingericht dat iedereen de vaardigheden binnen de gestelde tijd kan aanleren. Hofhuis: ‘Toch kan het wel eens zijn dat we eerder ophouden of langer doorgaan. We gaan pas naar huis als we het onder de knie hebben.’ Het Skillslab stimuleert dus ook de eigen verantwoordelijkheid. Hofhuis: ‘Vorig jaar oefenden we in het Skillslab een bepaalde vaardigheid. De docenten die toen meekeken, besloten om die les dit jaar te herhalen. Nu is het een facultatieve les. Je beslist dus zelf of je al voldoende vaardigheden hebt of dat je de les nog een keer wilt volgen.’

Net een echte OK

Het Skillslab is veel realistischer dan een standaard praktijklokaal. ‘In het Skillslab dragen we een OK-pak, inclusief OK-muts en een mondkap.’ Eén van de simulatoren, de Human Patient Simulator (HPS) is net een echte patiënt en staat in verbinding met een computer. De docent voert een patiëntencasus in, op basis waarvan een operatie gestart wordt. ‘Dan krijgt de patiënt bijvoorbeeld onverwachts een bloeding waar ik op moet reageren,’ legt Hofhuis uit. ‘Ik pas dan bijvoorbeeld de medicatie aan.’ Deze beslissing wordt ook weer ingevoerd. De HPS reageert hierop zoals een echte patiënt ook zou kunnen reageren. Hofhuis ‘Ze zeggen dat de HPS ook kan overlijden. Gelukkig heb ik dit nog nooit meegemaakt.’

Het middel is niet heilig

Hofhuis verklaart het middel niet heilig. ‘Wat je in een Skillslab oefent, zijn handelingen die je in de dagelijkse praktijk uitvoert. De setting van mijn dagelijkse praktijk, het Bethesda, is anders zijn dan die van het Skillslab. Zo gebruiken wij bijvoorbeeld andere apparatuur.’ De docenten zijn zich hier ook van bewust. De proeven van bekwaamheid, vinden vrijwel allemaal plaats in de eigen setting. ‘Voor de proeven die je hier in het Skillslab aflegt, moet je dus wel voldoende gelegenheid krijgen om te oefenen. En bovendien: het is toch anders om een pop van kunststof te intuberen dan een mens van vlees en bloed. Een pop blijft wel een pop.’

 

Terug naar voorpagina