|
Op verzoek van de verpleegkundig hoofden van de IC’s in het UMCG ontwikkelde het Wenckebach Instituut een nascholingsprogramma voor hun verpleegkundigen. Nog maar drie jaar geleden rondden de IC-verpleegkundigen hun bijscholingstraject af. Het lijkt wat snel om nu weer te gaan scholen. Elsbeth ten Have, opleidingscoördinator bij het Wenckebach Instituut legt uit:: ‘Nascholing dient een ander doel dan bijscholing. Bijscholing is gericht op het op niveau brengen van bestaande maar weggezakte kennis. Nascholing richt zich op de ontwikkelingen binnen het beroep. Het gaat hierbij dus om nieuwe kennis over actuele ontwikkelingen.’

Een beetje van C-TAP en een beetje van ons
Op het gebied van nascholing voor IC-verpleegkundigen is er weinig in den lande. Het AZM biedt een training onder de naam C-TAP, een scholing die goed bekend staat. ‘Deze scholing is per deelnemer erg duur’, vertelt ten Have. ‘We besloten om de nascholing in huis te organiseren, gebruik makend van de kennis van C-TAP. ‘Met de verpleegkundig hoofden bepaalden we de kapstokken die we naar de huidige modules vertaalden. Zo werd het programma een beetje van C-TAP en een beetje naar ons eigen inzicht.’
Het resulteerde in een nascholingsprogramma van vier modules van elk één lesdag. Elke dag komt een aantal aspecten van verpleegkundige zorg op een IC aan bod. Ten Have over deze opzet: ‘De bedoeling is dat alle verpleegkundigen werkzaam op een IC in vier à vijf jaar het hele programma hebben doorlopen. We hebben er bewust geen chronologische volgorde in verwerkt. Zo kan een verpleegkundige, in overleg met de leidinggevende, zelf bepalen in welke volgorde ze de lesdagen volgt.’
Spanning
Voorafgaand aan de eerste lesdag maken de deelnemers een instaptoets. Dit maakt het voor sommige deelnemers al spannend, nog voordat de scholing begonnen is. ‘Dat is nou net niet de bedoeling,’ vertelt Ten Have. ‘Tijdens een lesdag worden verschillende onderwerpen behandeld. De resultaten van de instaptoets zijn er om te bepalen welke onderwerpen we kort kunnen behandelen en welke uitgebreider. Na afloop maken ze een afsluitende toets. Zo kunnen we zien wat de effectiviteit van de lesdag is. Bovendien werkt een afsluitende toets als stimulans om de stof goed te bestuderen.’
Casuïstiek centraal
Dinald Maatman, kerndocent bij de nascholing en werkzaam als (regie)verpleegkundige op de Chirurgische IC vulde de modules in. Alle lesdagen zijn opgebouwd rond casuïstiek. Omdat de deelnemers van alle IC’s afkomstig zijn, zijn bij de casuspatiënt altijd meerdere vitale functies bedreigd,’ legt Ten Have uit. ‘Zo is het voor iedereen relevant en herkenbaar. De deelnemers bereiden de lesdag thuis voor. Door te discussiëren over vragen gaan we dieper op de casus in. Zo krijg je specifieke up-to-date kennis, vertaald naar de praktijk.’ Maatman leidt de lesdag samen met intensivisten. Ten Have: Dinald en de betreffende intensivisten spreken de lesdag van tevoren goed door. De deelnemers krijgen zo een programma die de IC zorg van diverse kanten belicht. Dat maakt de lesdag boeiend.’
Herkenbaar
Maandag 15 januari was de eerste lesdag van module 1. Het thema was: De patiënt met sepsis. ‘Dat Ten Have en Maatman in hun opzet geslaagd zijn blijkt wel uit de reactie van deelnemer Susan Teernstra: ‘Het was een leuke, relevante en herkenbare lesdag. We kregen inhoudelijke informatie waar je echt wat aan hebt op de afdeling. De combinatie verpleegkundige en intensivist werkte ook goed.’
De lesdag wordt afgesloten met een toets. Bovendien krijgen de deelnemers een praktijkopdracht die ze meenemen naar hun afdeling. Ten Have: ‘Geen ingewikkelde verslagen of terugkoppeling hoor, maar wel een effectieve oefening. Voor deze eerste lesdag.'
|