|
In december 2006 trok Martijn de Groot voor het eerst z'n witte jas aan. Hij is één van de eerste junior co-assistenten in de masterfase van het nieuwe Geneeskunde curriculum. De Groot is ingedeeld op de afdeling Infectieziekten van de Interne Geneeskunde. 'In de vijf weken voorafgaand aan dit co-schap waren de vaardigheden die ik in het klinisch trainingscentrum heb geleerd toegespitst op dit co-schap bij de Interne.'

De Groot vertelt enthousiast over zijn co-schap. 'We lopen mee op zaal en op de poli, zijn aanwezig bij (multidisciplinaire) besprekingen en kijken mee bij ingrepen. Op zaal ben ik gekoppeld aan een zaalarts. Ik neem nieuwe patiënten op. Ik vraag ze uit over hun klachten, voorgeschiedenis, sociale omgeving en ik doe het lichamelijk onderzoek. Alles breng ik in kaart. Daarna bespreek ik dat met de zaalarts. Zij geeft me feedback, wijst me op de dingen die ik ben vergeten of waar ik geen rekening mee heb gehouden. We hebben het er samen over, daar leer ik van.'
Zo veel mogelijk
De co-assistenten regelen zelf welk pli-spreekuur zij willen bijwonen. Alle spreekuren staan op een lijst. De co belt de specialist en vraagt of hij aanwezig mag zijn bij het spreekuur. Hij zet z'n naam op de lijst zodat de andere co's weten dat er bij dat spreekuur al een co aanwezig is. De Groot: ‘Ik probeer zoveel mogelijk spreekuren van verschillende specialismen bij te wonen. Verder heb ik een klinisch tutor. Bij zijn spreekuren ben ik altijd aanwezig en daar doe ik ook zelf consulten, over het algemeen controleconsulten. Achteraf geeft hij mij feedback.'
Dit is niet het eerste patiëntencontact dat de co-assistenten hebben. In de bachelor fase hebben studenten in het kader van de beroepsvoorbereiding patiënten thuis bezocht en met hen gepraat over de sociale aspecten van ziek en gezond zijn. In het eerste jaar lopen ze een dag mee met een huisarts, in het tweede jaar met een specialist in een ziekenhuis en in het derde jaar met een specialist buiten het ziekenhuis. In de masterfase is het contact met de patiënt anders.
Tegelijk
De Groot: 'Het is voor het eerst dat ik contact heb met patiënten in de rol van arts. Je vraagt de klachten uit en onderzoekt de patiënt. Tegelijk moet ik interpreteren wat de patiënt zegt. Ik moet zorgen voor een logische en handige volgorde en er rekening mee houden dat het onderzoek belastend kan zijn. Als je iets vindt dat niet normaal is, moet je vaststellen wat dat kan betekenen en hoe je het de patiënt vertelt.' De Groot gaat verder: 'Het is heel moeilijk dat allemaal tegelijk te doen. We hebben de consultvoering natuurlijk getraind in het klinisch trainingscentrum, maar die omgeving is veiliger omdat je met je mede-studenten oefent. Bij een "echte" patiënt is het anders maar ik merk wel dat het na een aantal keren al beter gaat. Ik vind het een erg leuk en leerzaam deel van de stage, vooral ook het achteraf bespreken met de zaalarts en met de klinisch tutor.'
Plek veroveren
'Als junior co-assistent moet je zelf je plek op de afdeling veroveren, je moet het zelf organiseren. Wij zijn er niet omdat we nodig zijn, maar om te leren. Die positie vind ik soms wel eens lastig. Maar na een week heb je wel ongeveer in de gaten hoe het loopt op de afdeling, dan vind je al beter je weg. Bovendien zijn artsen en verpleegkundigen erg behulpzaam'.
|