Nieuwsbrief van het
Wenckebach Instituut
Jaargang 3, nummer 2
maart 2007
 
Samenwerking op de Spoedeisende Hulp
 

Op de traumakamer van de afdeling Spoedeisende Hulp kan het er hectisch aan toegaan. Goede samenwerking tussen anesthesiemedewerkers en SEH-verpleegkundigen is dan van levensbelang. Daarom verzorgt het Wenckebach Instituut een gezamenlijke nascholing voor deze groepen. Onlangs startte de eerste cursus met vier anesthesiemedewerkers en vier SEH-verpleegkundigen. De cursus wordt daarna tweemaal per jaar herhaald.

Het idee voor de nascholing kwam van de verpleegkundigen van de Spoedeisende Hulp. Tineke Wapstra is er regieverpleegkundige Bij- en nascholingen: ‘Sinds een paar jaar werken anesthesiemedewerkers ook op de Spoedeisende Hulp bij sommige gevallen of bij opvang van patiënten met bedreigde vitale functies. We werken dan als SEH-verpleegkundigen en anesthesiemedewerkers nauw met elkaar samen. Het is dus belangrijk dat we met elkaar weten welke methodieken we gebruiken.’ Therèse Hegen is haar collega voor de anesthesiemedewerkers: ‘We willen kunnen inspringen. We willen kunnen samenwerken. Bij de Spoedeisende Hulp werken we allemaal met hetzelfde protocol. Je moet van elkaars werk dus goed op de hoogte zijn.’

     

              Therèse Hegen (links) en Tineke Wapstra

Kijkje in de keuken
Daarin voorziet de cursus op meerdere manieren. De cursus bestaat uit zes lesdagen waarin de deelnemers theorie krijgen aangeboden over elkaars werk en waarin ze met verschillende vaardigheden en materialen oefenen. Maar ze komen ook bij elkaar over de vloer: vier dagen zijn er gereserveerd voor een kijkje in elkaars keuken. Wapstra en Hegen verwachten dat de cursus daardoor aan diepgang wint.

Motivator
De eerste reacties zijn positief. Wapstra: ‘De cursus behandelt die eerste dag verschillende materialen en intubatietechnieken. Als de anesthesist ergens om vraagt moet je dat blindelings kunnen vinden. Als je niet weet wat hij bedoelt, zorgt dat voor delay.’ Hegen: ‘Voor anesthesiemedewerkers was de meeste lesstof die eerste dag een soort opfriscursus. Zij krijgen de volgende bijeenkomsten veel nieuwe stof te verwerken.’
Deelnemers vinden de cursus leerzaam maar vooral ook leuk. Wapstra: ‘We blijven doeners. Met name de workshops tijdens de cursus worden erg gewaardeerd. Maar ook de presentaties of het samen werken aan een casus.’ Hegen: ‘Mensen zijn leergierig en willen zich graag breder ontwikkelen. Daarin voorziet deze nascholing beslist.’ De cursus vergt tien dagen. Dat is een forse investering, erkennen Wapstra en Hegen. Toch kan het uit, vinden ze: ‘Scholing is een belangrijke motivator. Voor alle deelnemers betekent het programma een verdieping van de huidige kennis over elkaars werk. We willen als team zo samenwerken dat de patiënt er beter van wordt.’

Terug naar voorpagina