Nieuwsbrief van het
Wenckebach Instituut
Jaargang 3, nummer 2
maart 2007
 
Nieuwe docenten Vaardigheidsonderwijs
 

Joanca Gort en Pamela Veentjer zijn twee van de zes nieuwe externe praktijkdocenten die het Wenckebach Instituut onlangs aanstelde. Het UMCG blijkt groot maar niet groots.

Gort en Veentjer zijn beide werkzaam als operatieassistent, respectievelijk in het Antonius ziekenhuis in Sneek en in het Wilhelmina ziekenhuis in Assen. Ze waren beide praktijkbegeleider op de OK. Toen ze van baan veranderden, was die functie echter al ingevuld. Gort: ‘Toen deze vacature kwam, leek het me een goed alternatief. Ik ben graag betrokken bij de opleiding van nieuwe operatieassistenten. In deze functie kan ik meewerken aan het creëren van een veilige leeromgeving voor de studenten.’ ‘En het is natuurlijk ook gewoon een nieuwe uitdaging naast je werk als operatieassistent.’ vult Veentjer aan.

     

       De nieuwe praktijkdocenten van links naar rechts:
            Joanca Gort (Anthonius ziekenhuis Sneek)
      Yvonne Oosterhof (Ziekenhuis Bethesda Hoogeveen)
          Pamela Veentjer (Wilhelmina Ziekenhuis Assen)
          Tonnie Weening ( Medisch Centrum Leeuwarden)
             Richard Orsel (Wilhelmina Ziekenhuis Assen)
             Maaike Teepe (UMCG, staat niet op de foto)

De nieuwe werkplek
De eerste stappen als werknemer in het UMCG vielen best mee. Gort: ‘Het ziekenhuis is wel groot, maar niet groots. Je vindt er je weg wel.’ Veentjer beaamt dat: ‘Het is overzichtelijk en goed georganiseerd. Je kunt duidelijk zien dat het UMCG is ingesteld op gasten. Je voelt je er welkom.’ Het skillslab, voor praktijkdocenten de belangrijkste werkplek, hebben ze ook al bezocht. Ze waren onder de indruk. ‘Ik zou de aanwezige apparatuur zo onder de arm mee willen nemen naar ons eigen ziekenhuis’, verzucht Veentjer. ‘Ik had alleen verwacht een echte OK binnen te lopen, dit viel me wat tegen. Maar, ons is verzekerd dat we in het nieuwe skillslab wel een echte OK vinden.’’

Rol binnen de opleiding
De docent ‘Vaardigheidsonderwijs’ komt in actie nadat de theorie is besproken. De klassen gaan dan in kleinere groepen uiteen om de theorie toe te passen in de praktijk van het skillslab. ‘In kleine groepen verlies je niemand, iedereen heeft zijn aandacht erbij.’ legt Gort uit. Veentjer vult aan: ‘In kleine groepjes is iedereen constant bezig. Ook kun je beter feedback geven.’ Van de praktijkdocent wordt ook verwacht dat zij feedback geven op het vaardigheidsonderwijs binnen de opleiding. Veentjer: ‘Dat is goed voor de opleiding want hierin neem je de ervaring vanuit je eigen ziekenhuis mee. De studenten komen uit verschillende ziekenhuizen en op deze manier leren ze ook hoe het in de andere ziekenhuizen gaat.’

Goed beslagen ten ijs
De praktijkdocenten worden goed voorbereid op hun nieuwe functie. Momenteel volgen ze een cursus Didactiek. Gort: ‘Dit is gelukkig geen herhaling van wat ik eerder geleerd heb. We leren nuttige dingen die we straks makkelijk in praktijk kunnen brengen.’ Om de link met de theorie te vergemakkelijken zijn praktijkdocenten ook aanwezig bij de eerste theorieles die de studenten volgen. Veentjer vindt dat prettig: ‘Zo weten we precies wat de studenten horen.’

De eerste les
Gort en Veentjer moeten hun eerste les nog geven. Ze hebben er zin in. Veentjer: ‘Ik ben benieuwd hoe studenten van mijn afdeling zich gedragen in de lessen.’ Gort denkt hierover na: ‘Toch heb ik het liefst een groep studenten die niet op mijn afdeling werkt. Je krijgt dan toch een collega-situatie in plaats van docent en leerling. Ook zou ik de neiging hebben om te veel vanuit mijn eigen ziekenhuis te doceren en niet vanuit de basis van de functie.’

 

Terug naar voorpagina