Nieuwsbrief van het
Wenckebach Instituut
Jaargang 3, nummer 6
oktober 2007
 
Op de kast of op de bres?
 

Gegeneerd volg ik de berichten in de media over patiëntveiligheid. Met het schaamrood op mijn kaken zie ik hoe missers breed uitgemeten de ether in gaan. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen in de gezondheidszorg kwaliteit wil leveren. Niemand is uit op het veroorzaken van decubitus of valincidenten. Niemand is uit op het verwisselen van links met rechts… Onheuse bejegening? Nee, natuurlijk niet. En als het aan kwaliteit ontbreekt, vind ook ik dat er iets van gezegd mag worden.

Maar eerlijk gezegd, ik zou het graag onder ons houden.

Zodra tijdens verjaardagsfeestjes het gesprek gaat over de kwaliteit (of liever gezegd: de afwezigheid ervan) in de gezondheidszorg zit ik ineens bovenop de kast met mijn taartje. Niet handig want -los van het geknoei- het is makkelijker om mee te klagen dan om stelling te nemen. Ook ik zie dingen mislopen. Een longtransplantatiepatiënt preoperatief vragen of hij rookt en of hij al eerder onder narcose is geweest, is zo’n voorbeeld. En de helft van een ¼ is echt geen ½.

Ik kan het niet laten om tijdens die feestjes een verdedigende houding aan te nemen. Sterker: ik wíl de gezondheidszorg verdedigen. Maar het zou geweldig zijn wanneer we als professionals geen aanleiding meer geven voor dit soort praatjes. Kunnen we niet afspreken dat we elkaar aanspreken als we zien dat het misgaat? En dat we voor elkaar op de bres springen tijdens een feestje?


Terug naar voorpagina