|
Op 21 juni nam Noor van Leeuwen officieel afscheid van het UMCG en van het Wenckebach Instituut. Ze kijkt in dit interview terug op 2 ½ jaar Wenckebach Instituut. Ze zal de komende periode nog wel voor de Raad van Bestuur enkele projecten blijven doen waaronder de ontwikkeling van de Opleidings- en Onderwijs Regio Noord- en Oost-Nederland. Van echte pensionering is overigens geen sprake. Met twee partners begint ze na de zomer een eigen bureau: NL-consulting.
Waar ben je trots op?
Trots is niet het goede woord. Nee, het begint nu pas. Er staat een structuur en mensen werken samen. Dat heeft zich langzamerhand uitgekristalliseerd. We hebben nu een stevige basis die zorgt voor een voorsprong en voor innovatieve kracht. Dat moeten we benutten.
Ik weet nog dat ik in 2004 met de heer Hamel, de toenmalige voorzitter van de Raad van Bestuur, mijn toekomstplannen besprak. Ik wilde na al die jaren dat ik directeur P&O was, graag nog wat anders doen. Hamel was wat verbaasd dat ik zo bewust koos voor de opleidingskant. Maar ik zag dat het opleiden van groot strategisch belang was voor het UMCG. Het is een kerntaak. Daarmee zit je in het hart van het primaire proces. Ik voorzag ook dat het een booming business zou worden. Ik kon toen niet voorzien dat de vraag naar verpleegkundige vervolgopleidingen zo snel zou stijgen. Ik kon ook niet voorzien dat er een opleidingsfonds in het leven geroepen zou worden. En de ontwikkelingen van de OOR was nog niet begonnen. Ach, misschien was het wel mijn vrouwelijke intuïtie. Want in die 2 ½ jaar is het Wenckebach Instituut enorm gegroeid. Kwalitatief en kwantitatief.
Kwalitatief gegroeid?
Op onderwijskundig gebied kunnen mensen veel aan elkaar hebben. Nieuwe methodes en technieken bijvoorbeeld. Die meerwaarde wordt nu gevonden. Een belangrijke verbetering is ook de nieuwe website. Nu is het gehele aanbod toegankelijk voor een breed publiek. De website maakte ook het stroomlijnen van de aanmeldingsprocedure mogelijk. En daarvoor zijn de onderliggende processen op elkaar afgestemd en verbeterd.
We hebben ons in 2005 stevig gepresenteerd binnen het UMCG met de Wenckebach Week. Een week stonden we bij het personeelsrestaurant met standjes, e-learningtrainingen, en vaardigheidstrainingen. Je krijgt dan veel positieve reacties maar natuurlijk ook wel negatieve: kan dat allemaal? Maar dat is korte termijn denken. Nu kent iedereen het Wenckebach Instituut. Qua marketing was die week heel goed. Iedereen kende ons. Je ziet nu dat ook andere instellingen vergelijkbare instituten inrichten. Het MCL heeft onlangs het Aurelius Instituut opgericht en het Martini Ziekenhuis richtte het Van Swieten Instituut op.
En moeilijke processen?
Sommige processen zijn taaier, natuurlijk. Je weet van tevoren nooit precies hoe de dynamiek zich ontwikkelt. Maar als je een koers uitzet, moet je ook lange adem hebben. Dan komt het wel voor elkaar. Toen we een businessplan schreven voor het Wenckebach Skills Center dachten we dat in een paar weken te kunnen doen. Het duurde veel langer. Die tijd heb je dan kennelijk nodig.

Frans Jaspers, lid van de Raad van Bestuur van het
UMCG overhandigt Noor van Leeuwen de Thomassen
á Thuessinkpenning.
Wat is de volgende opdracht voor het Wenckebach Instituut?
Het Wenckebach Instituut is inmiddels uitgegroeid tot een instituut dat bestaat uit een medical school en een nursing school. Het Wenckebach Skills Center is daar in feite de brug tussen. Die splitsing in een nursing school en een medical school is op zich goed voor de ontwikkeling van het instituut. Maar het kan leiden tot verkokering. In de zorg gaat men steeds meer richting multidisciplinaire samenwerking. De spoedeisende hulp bijvoorbeeld of de samenwerking binnen de polikliniek. Die samenwerking ook binnen het Wenckebach Instituut bewaken: dát is de opdracht voor de komende jaren. Maar ik heb daar alle vertrouwen in. Als je de patiënt maar als uitgangspunt houdt. Je moet elkaars taal spreken, je moet elkaar begrijpen, elkaars meerwaarde benutten.
Je hebt veel tijd gestoken in de samenwerking met de teaching hospitals?
Wie die samenwerkingsovereenkomsten leest, denkt: was dat nu zo ingewikkeld? Maar die overeenkomsten waren het sluitstuk van een waardevol proces, voor het UMCG en voor de andere ziekenhuizen. Als je wilt samenwerken moet je elkaar begrijpen, elkaar vertrouwen en elkaar wat gunnen. Ik ben trots op de regio. We hebben al veel bereikt en er is nog heel veel meer mogelijk. We vormen als ziekenhuizen, hogescholen, ROC ’s en universiteiten een netwerk van partners die samen durven te experimenteren en die samen durven te pionieren. Regionale samenwerking biedt meer dan de som der delen. De OOR N&O zal zich verder kunnen profileren als "region of talent" en dat zal ik de komende jaren natuurlijk met meer dan gewone belangstelling blijven volgen."
Lees ook het bericht over het afscheidssymposium.
|