
De presentatie zelf
Apparatuur en dia's
U kunt altijd gebruik maken van diverse audiovisuele hulpmiddelen zoals een whiteboard, pc, beamer en eventuele andere apparatuur.
PC of laptop en beamer
Bij voorkeur neemt u uw presentatie mee op een usb-stick. Zodra u binnenkomt, meldt u zich bij de registratiebalie zodat wij uw presentatie op de laptop kunnen zetten.
Wilt u een eigen laptop gebruiken, dan kan dit ook. Heeft u een breedbeeld laptop, ga er dan vanuit dat deze niet ondersteund wordt door de meeste beamers. Om problemen te voorkomen stelt u de resolutie van de VGA-uitgang in op 1024 x 768 (XGA).
Gehannes met de apparatuur geeft altijd weer aanleiding tot hilariteit bij het publiek. Check ruimschoots voorafgaand aan uw presentatie de apparatuur die u wilt gebruiken. Vergeet niet de audiovisuele middelen uit te zetten als u ze niet meer gebruikt.
Tips voor de lay-out van uw dia’s
- Gebruik lettergrootte 24 Pt voor de koppen en 18 Pt voor de andere tekst. Houd een marge vrij aan de zijkanten.
- Gebruik hoofdletters alleen aan het begin van een zin.
- Gebruik bij voorkeur trefwoorden en schrijf ze zo nodig voor u zelf uit in korte zinnen.
- Gebruik alleen 'liggende' dia's.
- Visuele grappen kunnen uw betoog ondersteunen, beperk u tot maximaal drie per presentatie.
- Beperk het gebruik van kleuren. Met name lichte kleuren zijn slecht zichtbaar. Gebruik bij voorkeur niet de kleur rood.
Houding en spreken
Zorg dat u rechtop staat. Ineengedoken achter de katheder zult u minder inspirerend overkomen dan wanneer u met levendige gebaren en opgeheven hoofd uw betoog houdt. Verder bieden een verveeld gezicht en een arrogante, alwetende houding de beste garanties voor een verveeld publiek.
Het gebruik van een microfoon stelt eisen aan uw articulatie; spreek rustig en beweeg uw mond bij het vormen van de klanken meer dan u gewend bent, vooral bij medeklinkers. Overdrijven is nodig om de boodschap over te brengen.
Als er een 'kikker' in uw keel opduikt, kan een slok water uitkomst bieden. Zorg dat u een glas water bij de hand hebt. Trouwens: ook zonder kikker in de keel kan een slokje water een natuurlijke rust genereren.
Omgaan met reacties en vragen
Wees flexibel bij het gebruik van uw spreekschema. Merkt u tijdens uw presentatie aan reacties van het publiek dat een deel niet goed is begrepen, ga er dan wat langer op door. En schroom niet om eens wat over te slaan als u merkt dat een passage wat aan de wijdlopige kant is.
Houd oogcontact met het publiek (ook met de achterste rijen). Het contact met het publiek kunt u verbeteren door hen regelmatig aan te kijken en vragen te stellen als 'Zijn er nog vragen?
Reserveer daarom ook tijd voor eventuele vragen. Herhaal in uw eigen woorden zo exact mogelijk de strekking van de vraag. U weet dan zeker dat u de vraag goed begrepen heeft. Vaak kan niet iedereen in het publiek horen wat er gevraagd wordt. Bedank voor een vraag. Beantwoord alle vragen volledig en correct of geef aan waarom u er niet op in gaat. Check of u de vraag voldoende beantwoord heeft.
Houd twee tot drie vragen of stellingen achter de hand die u bij het starten van de discussie met de zaal kunt gebruiken. Het voorkomt onaangename stiltes aan het eind van uw presentatie.
Tips om uw publiek te boeien
- Begin nooit voordat u de aandacht hebt. Een glimlach, oogcontact en stilte zijn de krachtigste non-verbale communicatiemiddelen bij het begin van uw presentatie.
- Gun het publiek voldoende tijd om uw dia's te lezen (vuistregel dertig seconden).
- Illustraties, demonstraties en tussentijdse vragen zullen uw presentatie kracht bijzetten. Uw publiek moet niet knikkebollen maar ja-knikken.
- Beperk het aantal dia's. Gebruik ze om de structuur van uw presentatie te verduidelijken en om complexe informatie te tonen. Ga bij een presentatie van twintig minuten uit van maximaal vijftien dia's. Beperk u tot maximaal acht regels tekst per dia.
- Spreek met afwisselende intonatie. Formuleer korte zinnen met eenvoudige woorden en spreek in de tegenwoordige tijd. Dat is over het algemeen boeiender. De praktijk leert dat u dan ook minder gebruik maakt van tussenwerpsels (eh) en stopwoordjes.
- Voorkom niet geplande uitweidingen, denk aan uw tijd!
- Wilt u een stilte laten vallen na een belangrijk deel uit uw betoog, zorg er dan voor dat het publiek die stilte opmerkt door lang genoeg te pauzeren.
- Grappen en anekdotes kunnen de mist in gaan. Onderdruk uw eigen mimiek totdat u de publieksreactie heeft kunnen peilen. Begin nooit zelf als eerste te lachen.
- Sta nooit voor het scherm, vermijd heen en weer lopen, met een pointer spelen en dergelijke.

 |