
De voorbereiding van uw presentatie
Voordat u aan de slag gaat met uw presentatie is het handig om voor uzelf een aantal voor de hand liggende maar belangrijke vragen te beantwoorden.
- wat is het doel van mijn presentatie?
- wat weet ik van mijn publiek?
- wat weet mijn publiek van het onderwerp?
- welke informatie wil ik overbrengen?
- wat zijn belangrijke randvoorwaarden: hoe lang mag de presentatie duren, welke middelen heb ik tot mijn beschikking?
Spreekschema
Het voorlezen van een volledig uitgeschreven tekst lijkt de minst riskante manier van presenteren. Wij adviseren u altijd een spreekschema te maken en dat ook te gebruiken. Een spreekschema is een overzicht van uw presentatie. U vermeldt daarin de trefwoorden maar ook wat u wilt doen. Door een spreekschema te gebruiken hoeft u niet voor te lezen. Dat biedt een aantal voordelen:
- uw presentatie komt natuurlijker over;
- u heeft een beter oogcontact met uw publiek;
- u bent beter in staat te improviseren in geval van tijdnood.
Uw spreekschema bestaat uit drie onderdelen; een inleiding, trefwoorden en een afsluiting.
Inleiding
Schrijf uw inleidende tekst volledig uit. Dit neemt de spanning van het beginnen weg. Bovendien kunt u de structuur van uw presentatie beter vasthouden.
De inleiding bestaat uit vijf elementen:
- opening: de introductie van uzelf en het thema van uw presentatie (eerste dia)
- aanleiding en het doel waarin u het belang van het thema aangeeft (tweede dia)
- een vooruitblik waarbij u een zeer korte samenvatting van de inhoud geeft
- de samenhang waarin u duidelijk maakt waarom u bepaalde onderwerpen aan de orde stelt (derde dia)
- (eventueel) informatie die nodig is om uw presentatie te volgen en hoe lang uw presentatie zal duren.
In de inleiding is het prettig om even contact te maken met uw publiek. U kunt dat doen met een vraag: 'Wie van u ...'. Een andere goede start van een presentatie is de retorische vraag. U kunt dan zelf het antwoord geven. Ook kunt u starten met een histori¬sche schets, een anekdote of een citaat.
Trefwoorden en overgangszinnen
Overgangszinnen helpen uw publiek om de structuur van uw presentatie vast te houden. Het is daarom verstandig als u naar iets nieuws gaat, het voorgaande kort met samen te vatten en af te sluiten. Gebruik hiervoor bij voorkeur steeds een dia.
Afsluiting
De afsluiting van de presentatie bestaat uit vier elementen:
- een korte samenvatting van uw presentatie
- uw conclusies
- vooruitwijzingen, toekomstverwachtingen
- een slotzin of de uitsmijter.
U kunt bijvoorbeeld in het slot terugkomen op uw opening. U eindigt dan waarmee u begonnen bent. Zo ontstaat een afgerond geheel. U kunt ook eindigen met een toekomstverwachting.

|