De Groninger periode
Op zaterdag 9 februari 1901 hield hij zijn inaugurele rede over 'Experimenten en kliniek'. Hij wees er op dat de kliniek niet goed begrepen en niet vooruit geholpen wordt als er geen sprake is van experimentele fysiologie. Die experimentele houding heeft hem een schandaal bezorgd doordat één van de studenten hem in de krant beschuldigde van ontoelaatbare experimenten op mensen. Hij liet namelijk van mensen met een arythmie polssfygmogrammen maken op een beroete trommel. Deze mensen moesten een lange tijd stil liggen en dat was voor hartpatiënten wel eens wat ongemakkelijk. Het 'schandaal' had geen gevolgen. Wenckebach heeft zich op college prima verdedigd en zei fijntjes dat hij vond dat de studenten zicht eerst maar eens echt met patiënten moesten bezighouden alvorens een oordeel te vormen over wat wel of niet toelaatbaar was.
In Groningen heeft Wenckebach zich uitgebreid bezig gehouden met de ritmestoornissen. In 1903 schreef hij hierover een gezaghebbend boek: 'Die Arythmie als Ausdruck bestimmter Funktionsstërungen des Herzens'.
Maar niet alleen de cardiologie had zijn belangstelling. Ook de röntgendiagnostiek, die net in opkomst was, boeide hem. Hij kan als één van de pioniers op dat gebied worden beschouwd. Op het terrein van de sociale problematiek droeg hij ook zijn steentje bij. Het was in die tijd dat de sociale wetgeving op het terrein van loonderving en ziektekosten in het centrum van de belangstelling stond. Solidariteit was hét principe van de wetgeving op dat terrein. Wenckebach voerde een pleidooi voor het kunnen sluiten van levensverzekeringen zonder geneeskundig onderzoek. Het moet mogelijk zijn dat vanuit een humane gedachte iedereen in staat wordt gesteld om een verzekering te sluiten. Met elkaar zullen we de kosten hiervoor moeten opbrengen.
Wenckebach heeft in de jaren dat hij hoogleraar in Groningen was de verplaatsing van zijn kliniek van de Munnekeholm naar het nieuwe ziekenhuis, het Algemeen Provinciaal Stads en Academisch Ziekenhuis aan de Oostersingel meegemaakt. Dat ziekenhuis werd op 29 mei 1903 door de toenmalige premier Dr Abraham Kuyper, theoloog en oprichter van de VU in Amsterdam, politicus voor de AR-partij (voorloper van het CDA), geopend.
Straatsburg en Wenen
In 1911 vertrok Wenckebach naar Straatsburg waar hij zijn tweede boek over ritmestoornissen schreef: 'Die unregelmäszige Herztätigkeit und ihre klinische Bedeutung'.
Wenen werd vanaf 1914 zijn derde standplaats. Tot zijn afscheid in 1929 is hij daar hoogleraar geweest en heeft hij verder gewerkt aan de verklaring van de ritmestoornissen van het hart. In 1927 publiceerde hij zijn derde boek over deze materie: 'Die unregelmäszige Herztätigkeit'.
In die jaren verkreeg hij een grote internationale bekendheid. De naar hem genoemde hartritmestoornis, de Wenckebachse periodes, kent men overal. Het gaat hier om een electrocardiologisch herkenbaar fenomeen waarbij de interval tussen de atriumcontracties en de ventrikelcontracties steeds langer wordt tot er een ventrikelcontractie uitvalt. De fysiologische mechanismen die ten grondslag liggen aan al deze arythmieën werden in de eerste decennia van de twintigste eeuw steeds duidelijker. Enerzijds door de mogelijkheden van de in 1903 door Einthoven ontdekte electrocardiografie. Anderzijds door de ontdekking die Aschoff en Tawara in de jaren daarna deden. Zij stelden vast dat er een atrioventriculaire knoop aanwezig is die voor de prikkelgeleiding van groot belang is. Keith en Flack vonden eenzelfde soort knoop in het atrium: de sinusknoop.
Het is interessant om te zien hoe in de drie boeken van Wenckebach over de arythmieën het voortschrijdend inzicht gestalte heeft gekregen.
Onderzoek en Onderwijs
Wenckebach heeft de cardiologie in Groningen gevestigd en heeft de nadruk gelegd op de ritmestoornissen. Men bouwt in wezen daar nog op voort. Maar hij heeft ook duidelijk gemaakt hoe belangrijk het is om experimenteel werkzaam te zijn. Het klinisch werk kan slechts zijn basis hebben in het onderzoek. En vanuit onderzoek kan het onderwijs worden gegeven. Een goede klinische vaardigheid krijgt men door te observeren, door kritisch te kijken, door te analyseren. In feite is dit de basis voor de evidence-based medicine. En dat moet telkens maar weer worden overgedragen aan de mensen die de praktijk uitoefenen en opgeleid worden om dit te gaan uitvoeren.
Het is een goede gedachte geweest om deze eminente geleerde en clinicus te laten voortleven in de naam van het scholingsinstituut van het UMCG.
Prof. dr. D. Post
Hoogleraar Sociale Geneeskunde RuG |